(Gepubliceerd in het ZondagNieuws Westelijke Mijnstreek van
zondag 24 februari 2013)
Mart Pepels: de man op de mat
Tekst en foto’s door Vince Christiaans
Het is half acht ‘s avonds. Ik betreedt de judomat van de
eerste officiële sportschool van Stein. Voordat de judoka’s de mat op komen
buigen ze respectvol. Ze stellen zich schouder aan schouder op aan de rand van
de mat. Ieder kent zijn plaats; vooraan staan de bruine banden en achteraan de
witte.
Judoleraar Mart Pepels betreedt de mat. Zijn band is wit met dikke rode
blokken; hij draagt de achtste dan, een eretitel binnen het judo. ‘’Dames en
heren, jullie hoeven vandaag niks te doen. Behalve hard werken,’’ verklaart de
sensei. Hij maakt een lichte buiging. De groep buigt terug. Vroeger werd er
geknield om de les te openen, maar zelfs bij Pepels eisen de jaren hun tol en
oude knieën weigeren.
De les begint met een warming-up. De judoman vraagt om alle
worpen in te stappen. Dit betekent dat we de judoworp niet in zijn geheel
uitvoeren. Het gaat alleen om de balansverstoring en het inzetten van de worp.
Terwijl de groep traint verdwijnt Mart Pepels van de mat.
Hij loopt door zijn kantoortje en komt uit in zijn woning. De judoschool werd
in 1964 afgebouwd, op de woning moest hij nog twee jaar wachten. Sinds die tijd
geeft hij judoles. Daarnaast voedde hij samen met zijn vrouw Lies twee kinderen
op: Henk en Yolanda.
Als jongetje sportte Pepels veel. Maar pas toen zijn broer
Jan hem meenam naar Hercules, een club waar Grieks-Romeins worstelen werd
beoefend, vond de nu 80-jarige Pepels zijn ziel en zaligheid. Zodoende kwam hij
in contact met jiujitsu; een sport die nauw verwant is aan het judo.
Na het instappen van de judoworpen vraagt Pepels om deze uit
te voeren. Overal op de mat werpen Tori’s (zij die werpen) hun Uke’s (zij die
geworpen worden) op de grond aan de hand van heup-, schouder-, been-, en
armworpen. Judo doe je niet alleen.
Deze filosofie voert Mart Pepels door in zijn leven.
‘’Zonder je achterban bereik je niets,‘’ zei hij tijdens de uitreiking van zijn
achtste dan. ‘’Zonder mijn vrouw had ik niet eens aan die rood witte band
hoeven denken.’’ Haar sterven in 2008 was voor Pepels en zijn familie een groot
verlies. Even stond het leven stil, maar na enige tijd stond hij weer op de mat.
De afleiding die judo biedt is niet te ontkennen. ‘’Het
weerhoudt hem ervan een oude man te worden,’’ zegt Henk Pepels. Vanaf zijn
vierde tot halverwege zijn dertigste sportte Henk bij zijn vader en behaalde de
tweede dan. Het was een manier om tijd met elkaar door te brengen. Mart Pepels
leidde een druk leven.
Avondjes samen op de bank kwamen niet veel voor, om over
weekendactiviteiten nog maar te zwijgen. Pas toen Henk zelf kinderen kreeg zag
hij hoezeer zijn jeugd was beïnvloed door zijn vaders werk. Soms heeft hij
gesprekken met zijn kinderen die hij nooit met zijn vader heeft gevoerd.
Tot groot genoegen van de groep kondigt Pepels een vrij
gevecht aan. Het is de bedoeling om je tegenstander op de grond te werpen en
daarna te controleren met een houdgreep. We staan tegenover elkaar. De seconden
tikken weg. Dan klinkt Pepels’ luide stem. ‘’Hajime!’’
De strijd barst los. Mijn tegenstander weet snel mijn pak
vast te pakken. Voor ik er erg in heb ben ik uit balans. Met een beenworp, de
osoto-gari om precies te zijn, werpt hij me op de mat. Pepels complimenteert
mijn partner. Zo kan het gaan, je let even niet op en je wordt onderuit gehaald.
Deze les leer je niet alleen in het judo. Dat weet Pepels
erg goed. In 1968 werd zijn dochter Yolanda geboren. Het meisje bleek te lijden
aan cystic fibrosis; beter bekend als de taaislijmziekte. Deze aandoening
zorgde ervoor dat Yolanda vaak ziek was en een grote zorg betekende voor het
gezin. Toch betrok Pepels haar bij zijn sport, maar door haar ziekte behaalde
ze haar eerste dan niet. Mart en Lies waren ontroostbaar toen het meisje op
haar achttiende stierf.
Binnen het gezin werd afgesproken om de omgeving niet specifiek
te vertellen wat Yolanda mankeerde. Het gezin wilde voorkomen dat het meisje
zielig gevonden werd. Henk geeft toe dat zijn vader daar goed in was. Maar het
feit dat er geen dag voorbij gaat zonder dat Pepels een bezoek te brengt aan
het graf van zijn dochter zegt genoeg. Nog nooit heeft Henk zijn zus bezocht
zonder daar een brandend kaarsje aan te treffen.
Als ik aan het einde van de les weer buiten sta vraag ik me
af hoe belangrijk deze mat wel niet is. Voor Pepels, zijn vrouw, zijn kinderen.
Wanneer je bijna vijftig jaar van je leven doorbrengt op een judomat, dan moet
het iets voor je gaan betekenen. Dan wordt het meer dan een plaats van sport,
broederschap en etiquette. Dan wordt het je leven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten