maandag 25 februari 2013

Portret - Korte Versie


(Gepubliceerd in het ZondagNieuws Westelijke Mijnstreek van zondag 24 februari 2013)

Mart Pepels: de man op de mat
Tekst en foto’s door Vince Christiaans

Het is half acht ‘s avonds. Ik betreedt de judomat van de eerste officiële sportschool van Stein. Voordat de judoka’s de mat op komen buigen ze respectvol. Ze stellen zich schouder aan schouder op aan de rand van de mat. Ieder kent zijn plaats; vooraan staan de bruine banden en achteraan de witte.

Judoleraar Mart Pepels betreedt de mat. Zijn band is wit met dikke rode blokken; hij draagt de achtste dan, een eretitel binnen het judo. ‘’Dames en heren, jullie hoeven vandaag niks te doen. Behalve hard werken,’’ verklaart de sensei. Hij maakt een lichte buiging. De groep buigt terug. Vroeger werd er geknield om de les te openen, maar zelfs bij Pepels eisen de jaren hun tol en oude knieën weigeren.


De les begint met een warming-up. De judoman vraagt om alle worpen in te stappen. Dit betekent dat we de judoworp niet in zijn geheel uitvoeren. Het gaat alleen om de balansverstoring en het inzetten van de worp.

Terwijl de groep traint verdwijnt Mart Pepels van de mat. Hij loopt door zijn kantoortje en komt uit in zijn woning. De judoschool werd in 1964 afgebouwd, op de woning moest hij nog twee jaar wachten. Sinds die tijd geeft hij judoles. Daarnaast voedde hij samen met zijn vrouw Lies twee kinderen op: Henk en Yolanda.

Als jongetje sportte Pepels veel. Maar pas toen zijn broer Jan hem meenam naar Hercules, een club waar Grieks-Romeins worstelen werd beoefend, vond de nu 80-jarige Pepels zijn ziel en zaligheid. Zodoende kwam hij in contact met jiujitsu; een sport die nauw verwant is aan het judo.

Na het instappen van de judoworpen vraagt Pepels om deze uit te voeren. Overal op de mat werpen Tori’s (zij die werpen) hun Uke’s (zij die geworpen worden) op de grond aan de hand van heup-, schouder-, been-, en armworpen. Judo doe je niet alleen.

Deze filosofie voert Mart Pepels door in zijn leven. ‘’Zonder je achterban bereik je niets,‘’ zei hij tijdens de uitreiking van zijn achtste dan. ‘’Zonder mijn vrouw had ik niet eens aan die rood witte band hoeven denken.’’ Haar sterven in 2008 was voor Pepels en zijn familie een groot verlies. Even stond het leven stil, maar na enige tijd stond hij weer op de mat.

De afleiding die judo biedt is niet te ontkennen. ‘’Het weerhoudt hem ervan een oude man te worden,’’ zegt Henk Pepels. Vanaf zijn vierde tot halverwege zijn dertigste sportte Henk bij zijn vader en behaalde de tweede dan. Het was een manier om tijd met elkaar door te brengen. Mart Pepels leidde een druk leven.

Avondjes samen op de bank kwamen niet veel voor, om over weekendactiviteiten nog maar te zwijgen. Pas toen Henk zelf kinderen kreeg zag hij hoezeer zijn jeugd was beïnvloed door zijn vaders werk. Soms heeft hij gesprekken met zijn kinderen die hij nooit met zijn vader heeft gevoerd.

Tot groot genoegen van de groep kondigt Pepels een vrij gevecht aan. Het is de bedoeling om je tegenstander op de grond te werpen en daarna te controleren met een houdgreep. We staan tegenover elkaar. De seconden tikken weg. Dan klinkt Pepels’ luide stem. ‘’Hajime!’’

De strijd barst los. Mijn tegenstander weet snel mijn pak vast te pakken. Voor ik er erg in heb ben ik uit balans. Met een beenworp, de osoto-gari om precies te zijn, werpt hij me op de mat. Pepels complimenteert mijn partner. Zo kan het gaan, je let even niet op en je wordt onderuit gehaald.

Deze les leer je niet alleen in het judo. Dat weet Pepels erg goed. In 1968 werd zijn dochter Yolanda geboren. Het meisje bleek te lijden aan cystic fibrosis; beter bekend als de taaislijmziekte. Deze aandoening zorgde ervoor dat Yolanda vaak ziek was en een grote zorg betekende voor het gezin. Toch betrok Pepels haar bij zijn sport, maar door haar ziekte behaalde ze haar eerste dan niet. Mart en Lies waren ontroostbaar toen het meisje op haar achttiende stierf.

Binnen het gezin werd afgesproken om de omgeving niet specifiek te vertellen wat Yolanda mankeerde. Het gezin wilde voorkomen dat het meisje zielig gevonden werd. Henk geeft toe dat zijn vader daar goed in was. Maar het feit dat er geen dag voorbij gaat zonder dat Pepels een bezoek te brengt aan het graf van zijn dochter zegt genoeg. Nog nooit heeft Henk zijn zus bezocht zonder daar een brandend kaarsje aan te treffen. 

Als ik aan het einde van de les weer buiten sta vraag ik me af hoe belangrijk deze mat wel niet is. Voor Pepels, zijn vrouw, zijn kinderen. Wanneer je bijna vijftig jaar van je leven doorbrengt op een judomat, dan moet het iets voor je gaan betekenen. Dan wordt het meer dan een plaats van sport, broederschap en etiquette. Dan wordt het je leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten