vrijdag 2 augustus 2024

Ons kind, de brouwerij…

(Interview met Lonneke Brouns van Brouwerij De Fontein, 2010) 


‘’Toen we begonnen zat er nog stof in de tap, er had nog geen liter bier gevloeid.’’ Vier jaar later vertelt Lonneke over de opening van brouwerij De Fontein. ‘’Op dezelfde dag dat de burgemeester het lintje door zou knippen hebben we de bouw afgerond. We hadden zo weinig tijd dat we met z’n tweetjes tegelijk onder de douche zijn gesprongen.’’ Voor een sociaal leven was er geen tijd, vanaf de vroegste momenten moesten  Rik en Lonneke kampen met een vol terras. ‘’In al onze naïviteit hebben we de brouwerij zonder proefperiode geopend, met als resultaat dat we meteen achter de feiten aanliepen.’’



Van jongs af aan

Brouwerij De Fontein is gelegen in het Zuid-Limburgse dorp Stein, omringd door de natuur die dit stukje Nederland zo bijzonder maakt. Rik Brouns en Lonneke Brouns-Dings kwamen in 2005 met het idee om hier een eigen bedrijf te starten. ‘’Ik wist al van jongs af aan dat ik iets met eten en drinken wilde doen, voor Rik was dat precies hetzelfde.’’ Beide waren ze studenten aan het HAS Den Bosch.

Toen ze bij elkaar in de klas kwamen te zitten bloeide er iets moois op. ‘’Het bleek dat we dezelfde droom hadden. We waren ook allebei even naïef als het ging om het najagen van die droom.‘’ Beiden wilden ze later een eigen bedrijf oprichten in de voedingsmiddelenbranche. ‘’Rik was al van jongs af aan verknocht aan bier. Niet aan het zuipen natuurlijk, maar aan het brouwen ervan.’’ Zo kwamen de twee bij elkaar en zo werd het concept van De Fontein geboren. ‘’De brouwerij zien we eigenlijk als ons eerste kind.’’ Zegt Lonneke. En zo groeide het idee, dat ontstond tijdens een lange avond filosoferen, uit tot een concreet plan. ‘’Meteen wilden we een terras toevoegen, want we wisten dat bier brouwen leuk was, maar we wilden het de mensen ook laten proeven.’’ 


Overkill

Het concept van brouwerij De Fontein is uniek te noemen. ‘’Elke reactie heeft een tegenreactie. Alles is groot tegenwoordig,’’ legt Lonneke uit. ‘’Uit eten gaan is anoniem geworden en in de supermarkt wordt je doodgegooid met duizenden producten. Het leidt tot overkill.’’ De Fontein is een logische reactie op deze ontwikkeling. ‘’Mensen willen dichter naar de oorsprong. Ze vinden het bijvoorbeeld fijn om te horen dat de notenlikeur die ze drinken afkomstig is van de boom vlak voor hun neus. Dat soort dingen zoeken mensen op, en dat geeft bedrijven zoals het onze bestaansrecht.’’ Het feit dat mensen met hun eigen ogen kunnen zien waar hun bier of likeur vandaan komt lijkt vertrouwen te wekken bij de klant.  ‘’Het brouwen van bieren begon als onze hoofddoelstelling, maar nu zijn we in principe een horecagelegenheid geworden die zijn eigen producten creëert. Het originele concept is helemaal omgedraaid.’’

Kijk uit voor Brand!
Het terras, dat uitkijkt op een bosrijke omgeving, zit zoals elke andere zondagmiddag weer vol. Het is een komen en gaan van wandelaars en fietsers. Ouderen, gezinnen en zelfs jongeren bezoeken De Fontein om te genieten van het mooie weer. De brouwerij is een ware trekpleister geworden in de gemeente Stein. Rik en Lonneke maken tijd vrij om met de klanten te kunnen kletsen. Velen vragen over de brouwerij en hoe deze tot stand is gekomen of geven advies. ‘’Ik zou wel uitkijken voor Brand!’’ Hier kunnen de initiatiefnemers alleen om lachen. Andere klanten zijn bekender met De Fontein. Een groepje oudere vrouwen heeft bijvoorbeeld meer belangstelling voor de huidige ontwikkelingen in het gezin Brouns-Dings dan in het bier dat geschonken wordt. ‘’De leeftijd van de klanten loopt stevig uiteen, we hadden bijvoorbeeld nooit zoveel jongeren verwacht.’’ Voor de ingang van de brouwerij staat inderdaad een groepje jongeren. Aan hun voorkomen is te zien dat ze net oud genoeg zijn om zelf bier te kopen. Leunend op hun fiets staan ze hun geld te tellen. Dit gebeurt met uiterste concentratie. ‘’We gaan proberen alle soorten bieren te proeven,’’ vertellen de jongens vol enthousiasme. ’’Eén glas van elk soort!’’ 

‘’Als we alle moeilijkheden van tevoren hadden zien aankomen hadden we het nooit gedurfd.’’

Maatschappelijk verantwoord bier
De Fontein blijft echter niet stilstaan, Rik en Lonneke blijven eraan sleutelen. Zo zijn ze op het moment bezig met het aanleggen van een grijswater circuit. Zo’n systeem zorgt ervoor dat afvalwater opnieuw gebruikt wordt. Een voorbeeld hiervan is het spoelen van de toiletten met regenwater in plaats van met leidingwater. ‘’We willen zo groen mogelijk werken, hoe moeilijk dat ook zijn mag voor een klein bedrijf. We zitten nu eenmaal in de natuur, dan moeten we die ook met respect behandelen.’’ Hoe mooi dit ook mag klinken er kleven enige nadelen aan dit milieubewust ondernemen. Vooral kleine bedrijven merken dat het duur is om milieuvriendelijke methodes toe te passen in hun bedrijf. Het vergt een grote investering die vaak niet snel terugverdiend kan worden. Rik en Lonneke zijn niet onbekend met deze nadelen. ‘’We hebben het al jaren over een grijswater circuit, het probleem was alleen dat we het financieel gezien niet konden opbrengen.’’ 

Naast de inspanningen om het bedrijf zo groen mogelijk te houden hebben ze ook andere initiatieven ontplooit. ‘’We zijn ons ook gaan richten op de sociale tak van sport.’’ Twee jaar terug werd De Fontein benaderd door arbeidscentrum Tracé uit Born. Elke dinsdag komt een groep van zeven verstandelijk gehandicapten meelopen bij de brouwerij. ‘’Ze leren hier de dingen die voor ons heel normaal zijn; op tijd komen, op tijd pauze nemen, eigen boterhammen meenemen. Alle dingen waar wij niet bij nadenken is voor hen al heel spannend.’’ De werkzaamheden die de cliënten van Tracé uitvoeren zijn speciaal voor hen gecreëerd. ‘’Eén van de taken die ze uitvoeren is het opplakken van etiketjes op onze bierflessen. Hier hadden we een machine voor kunnen kopen, maar het leek ons handiger om het hen zelf te laten doen.’’ Het doel van dit project is om deze mensen, ondanks hun beperkingen, te laten doorstromen naar een betaalde baan. ‘’Het is leuk om de groei te zien die ze doormaken. Eentje is nu aan het werk bij de Jan Linders hier in de buurt. En als ik hem tegenkom vertelt hij me vol trots over hoe druk zijn baan wel niet is.’’ Volgens Lonneke kan er niets op tegen dat gevoel. ‘’Hij heeft hier twee jaar gewerkt. Ik heb hem echt zien groeien en zichzelf zien ontwikkelen. En op een gegeven moment is het zover en kan hij zelfstandig aan het werk.’’ 

De Fontein en Stein
De brouwerij heeft veel te danken aan de omgeving. Op nog geen steenworp afstand van De Fontein ligt de ruïne van kasteel Stein dat dateert uit de dertiende eeuw. Het eiland waarop de ruïnes staan is omringd door een mooie gracht. De overblijfselen van kasteel Stein zijn populair bij wandelaars die de omgeving bezoeken. De Fontein is hier uiteindelijk op ingesprongen door wandelroutes uit te zetten en rondleidingen door de ruïnes te organiseren. ‘’Velen klanten die niet uit Stein komen weten nog niet eens van het kasteel af. Ze zijn dan ook heel verbaasd wanneer ze het te zien krijgen.’’

De naam van de brouwerij is ook te danken aan de geschiedenis van Stein. Tot 1912 bestond er al een brouwerij genaamd De Fontein op nog geen steenworp afstand van de huidige. ‘’Die link hebben we bewust gelegd, omdat we wilden laten zien dat we de traditie  van het Steinse bier wilden voortzetten.’’ Het was in die tijd ongebruikelijk om een brouwerij niet de familienaam te geven. ‘’Het was een manier om de brouwerij te onderscheidden van de rest,’’ zegt Lonneke.

Het echte kind
Na vier jaar hard werken merken Rik en Lonneke dat ze nu meer tijd hebben voor zichzelf. ‘’Als we alle moeilijkheden van tevoren hadden zien aankomen hadden we het nooit gedurfd,’’ geeft Rik toe. ‘’We hebben al een rechtszaak achter de rug met een aannemer, we hebben lekkages gehad waardoor het water tot onze enkels in de woonkamer stond. Dit gebeurde allemaal in de eerste maanden. Op een gegeven moment hadden we zoiets van ‘Ach, dat kan er ook nog wel bij’.’’ En er kwamen ook nog wel wat problemen bij. De brouwketel is al eens in brand gevlogen, er is al overstroming geweest en het bier is tijdens het hoogseizoen al eens opgegaan. ‘’Ja, en toen zaten we zonder bier. De oplossing kwam toen van bevriende brouwerijen die ons tekort konden aanvullen.’’ 

Na verloop van tijd hebben Rik en Lonneke toch hun draai weten te vinden. ‘’Het is nog steeds druk, maar je raakt er een beetje aan gewend. Je leert om rustmomenten voor jezelf te creëren.’’ Zondagavond is zo’n moment. Wanneer alle klanten zijn vertokken zitten de twee alleen op het terras. Rik schenkt een zichzelf een glas bier met de perfecte hoeveelheid schuim. ‘’Schenken doe ik nu wel als de beste,’’ zegt hij trots voordat hij een slok neemt en lekker in zijn stoel zakt. Toch is hun rust maar van korte duur. Er klinkt gehuil en getier door een babyfoon die achter de tap staat. Lonneke springt meteen op en holt naar het woonhuis tegenover het terras.

‘’Met kinderen hebben we bewust gewacht.’’ Zegt Lonneke nadat ze het kindje in haar armen gerustgesteld heeft. Lonneke geeft toe dat ze zich zorgen maakte over de druk die de brouwerij op haar relatie met Rik zou hebben. ‘’We waren pas bij elkaar en we gingen zomaar een bedrijf beginnen. De vraag is of dat goed gaat.’’ In 2008 besloot het stel om in het huwelijk te treden. ‘’Gelukkig vinden we elkaar na vier jaar nog steeds leuk.’’ Het stel kijkt elkaar nog even lachend aan. Toch weten ze dat zo’n relatie niet voor iedereen in het bedrijfsleven is weggelegd. ‘’We horen van vrienden die samen een zaak beginnen dat het vaak in ruzie eindigt.’’ Ze zijn daarom erg dankbaar voor het leven dat ze op dit moment met elkaar delen. Dat heeft afgelopen herfst geleid tot de geboorte van een meisje. ‘’Rik en ik hebben er nu een kleine schat bij, en dat pakken we eigenlijk op dezelfde manier aan als al het andere. We beginnen er gewoon aan en dan zien we wel.’’

Meer algemene informatie over brouwerij De Fontein is te vinden op brouwerijdefontein.nl.

dinsdag 26 maart 2013

Vliegerend onder een auto


Wie kent ‘m nog? De commercial die vele ouders met hartkloppingen opscheepte en alle kinderen een doodsangst voor vliegeren en Fiats bezorgde? ‘Vlieger & Meisje’ is een jeugdherinnering die me blijft achtervolgen. Toen ik hem laatst terugzag op YouTube liet hij mij nog net zo verslagen achter als vroeger. De commercial werd gemaakt in opdracht van Veilig Verkeer Nederland en was ruim 20 jaar lang op televisie te zien.
Het begint allemaal mierzoet: een zonnige lenteavond, vliegerende kinderen en een hond die eruit ziet als Samson. In de buurt zien auto’s met een verbazingwekkende snelheid voorbijrazen. Al snel begint er een naar gevoel op te wellen in onze buikjes. De kinderen gaan op in hun spel en letten helemaal niet op de racemonsters.
De commercial speelt nog even met onze verwachtingen door zich te richten op een meisje dat stuntelt met haar vlieger. Voor ons is het meisje al honderd maal gestorven en begraven. Maar een aardige jongen helpt haar om het vliegerding weer onder controle te brengen. De jongen rent, geheel gefocust op zijn vlieger, totdat... er een Fiat aankomt. Er klinkt geknal en gekletter. Het stuntelige meisje keert zich om en aanschouwt het ongeval. Aan haar gezichtje zijn de jaren aan psychiatrische hulp af te lezen.
Zo wist ‘Vlieger & Meisje’ veel kindertjes te traumatiseren. Kindertjes die zaten te wachten op Sesamstraat, het Klokhuis of Prins Valiant. In plaats daarvan werden ze getrakteerd op een traumatiserende stomp in hun maag. Voor mij valt deze commercial onder de meest effectieve van Nederland. Het had iets dat vele commercials nu missen: impact, letterlijk en figuurlijk.   

maandag 25 februari 2013

Portret - Originele Versie

Het onderstaande artikel heb ik als student geschreven als onderdeel van de minor bedrijfsjournalistiek. Op 31 januari 2013 is het verkozen tot het beste artikel dat gedurende dit schooljaar binnen de minor door een student is geschreven. Docent en onderzoeksjournalist Jutta Chorus lichtte de keuze als volgt toe:

''Vince Christiaans heeft een originele vorm gekozen om zijn judoleraar Mart Pepels te portretteren. Hij doet verslag van zijn eigen judoles, waarin Pepels hem en zijn medeleerlingen commentaar geeft. Hij observeert goed. Tussen de reportagefragmenten door laat Vince bekenden en familieleden aan het woord over Pepels. Langzaam raakt de lezer op de hoogte van het drama dat het leven van de stille Pepels domineert: de vroege dood van zijn dochter. Daarover zegt Pepels zelf niets tegen Vince, maar anderen doen dat wel. Knappe reconstructie. Vince beschrijft de geportretteerde met journalistieke afstand, ook al kent hij hem goed. Daardoor ontstaat er spanning in dit verhaal.''
---
Mart Pepels: de man op de mat
Tekst en foto's door Vince Christiaans


Het is half acht ‘s avonds. De kleine ruimte zit vol met druk kletsende jongeren. Ze zitten in een uiteenlopende collectie stoelen: houten uitklapzitjes, plastieken kuipjes en een bank die aan de muur is vastgeschroefd. Dit is de wachtruimte van de eerste officiële sportschool van Stein. De jongeren zijn allemaal gekleed in stevige witte pakken. De enige kleur die te bespeuren valt is die van hun band, die ze als een riem om hun middel dragen. De jongen in de hoek draagt een blauwe band, degene naast hem een oranje en naast mij zit een forse vent met een bruine judoband. 

Het gesprek laait op tot een luide stem van boven hen tot zwijgen brengt. ‘’Hé, mag het wat rustiger daar beneden?’’ Even valt het gesprek stil, om dan door te gaan op een lagere toon. Hoe vaak heb ik dit tafereel niet meegemaakt? De hervonden rust wordt afgekapt door een immens kabaal. De les van de vorige groep zit erop en de jonge judoka’s stormen de houten trap af naar de kleedkamers. De jongeren in de wachtkamer gaan staan en lopen de trap op.

Voordat zij de mat op komen groeten ze respectvol. Dit doen ze door heel even te blijven staan en een lichte buiging te maken richting de zaal. Ze stellen zich schouder aan schouder op aan de rand van de lichtgroene mat. Ieder kent zijn plaats; vooraan staan de bruine banden en achteraan de witte. Ze zijn stil en wachten het begin van de les af. Judoleraar Mart Pepels betreedt de mat. Zijn band is wit met dikke rode blokken; hij draagt de achtste dan, een eretitel binnen het judo.


‘’Dames en heren, jullie hoeven vandaag niks te doen. Behalve hard werken,’’ verklaart de sensei. Zijn strenge uitdrukking verandert in een glimlach. Hij kijkt ons lachend aan en werpt een vlugge blik op de ouders die langs de kant op hun kinderen staan te wachten. Met een kort stemgeluid eist hij onze aandacht weer op en maakt ook hij een lichte buiging. Wij buigen terug. In vroegere jaren werd er geknield om de les te openen, maar zelfs bij Pepels eisen de jaren hun tol en oude knieën weigeren.

Net als bij elke andere sport begint de les met een warming-up. Pepels vraagt ons om een ‘’looppas, kriskras door elkaar’’. Vooral aan dat laatste moet de groep vaak herinnert worden want al snel lopen de jonge judoka’s braaf in een cirkel over de mat. Na deze korte prelude begint het echte werk. De judoman vraagt ons om alle worpen in te stappen. Dit betekent dat we een judoworp niet in zijn geheel uitvoeren. Het gaat alleen om het voorspel; de balansverstoring en het inzetten van de worp.

Terwijl wij druk zijn met trainen verdwijnt Mart Pepels even van de mat. Hij loopt door zijn kleine kantoortje en komt uit in zijn woning. Al sinds de beginjaren droomde Pepels van zijn eigen sportschool. Deze droom werd waarheid toen in 1964 zijn school werd afgebouwd, op de aansluitende woning moest hij nog twee jaar wachten. Sinds die tijd onderwijst hij iedere geïnteresseerde in de zelfverdedigingsport. Daarnaast voedde hij samen met zijn vrouw Lies twee kinderen op: Henk en Yolanda.


Als jongetje sportte Pepels veel. Zo was hij een goed hardloper en was ook even keeper bij de lokale voetbalclub. Dit bleek een levensgevaarlijke bezigheid voor het jongetje uit Elsloo. Wanneer de bal het doel naderde sprong hij eropaf met als gevolg dat hij menig schop mocht incasseren. ‘’Gelukkig liep ik geen hersenschade op. Nogal logisch, want wat je niet hebt kun je ook niet beschadigen.’’ Pas toen zijn broer Jan hem meenam naar Hercules, een club waar onder andere Grieks-Romeins worstelen werd beoefend, vond de nu 80-jarige Mart Pepels zijn ziel en zaligheid.     

Via deze gemeenschap kwam hij in contact met jiujitsu; een sport die nauw verwant is aan het judo. Die tijd kenmerkte zich door trainen in korte broek en T-shirt op een mat gevuld met zeegras. De locaties verschilden ook nogal van elkaar. Zo trainde de groep een poos in een protestants kerkje dat eigenlijk niet meer was dan een houten keet. Heel iets anders dan de comfortabele sportschool waar na 48 jaar nog steeds jonge judoka’s worden grootgebracht.   

Na het instappen van de judoworpen vraagt Pepels ons om deze uit te voeren. De eerste klap is hoorbaar en er zullen het komende uur nog velen volgen. Overal op de mat werpen Tori’s (zij die werpen) hun Uke’s (zij die geworpen worden) op de grond aan de hand van heup-, schouder-, been-, en armworpen. Om onze ervaring uit te breiden worden we gevraagd om te wisselen van partners. Hiermee wordt voorkomen dat judoka’s te zeer op elkaar ingespeeld raken. Het is waarschijnlijk ook de reden waarom judo zo’n verbindende sport is. Je werkt samen om tot een goed resultaat te komen. Judo doe je niet alleen.


Deze filosofie voert Mart Pepels door in zijn leven. ''Zonder steun van je achterban bereik je niets,'' zei hij tijdens de uitreiking van zijn achtste dan. ''Zonder mijn vrouw had ik nog niet eens aan die rood witte band hoeven denken.'' Haar sterven in 2008 was voor Pepels en zijn familie dan ook een groot verlies. Heel even stond het leven stil. Het verdriet moest zijn plaats vinden en na enige tijd stond de sensei weer op de mat.

De afleiding die de judo hem biedt is niet te ontkennen. Zoals zijn zoon Henk Pepels het verwoordde: ‘’Het weerhield hem ervan om een echte oude man te worden.’’ De troostende en misschien ook wel afleidende natuur van de mat is niet aan zijn zoon ontgaan. Vanaf zijn vierde tot halverwege zijn dertigste beoefende Henk judo bij zijn vader en behaalde de tweede dan. Het was een manier om tijd met elkaar door te brengen. Want Mart Pepels leidde een druk leven; hij werkte veel ’s avonds en in de weekenden was hij meestal bezet door lessen, toernooien en examens.
 
Ondanks het feit dat zijn zaak aan huis lag was Mart Pepels een afwezige vader. Een jaloezie voor het ‘normale’ gezin werd daardoor geboren. Avondjes met vader en moeder samen op de bank kwamen niet veel voor, om over weekendactiviteiten nog maar te zwijgen. Het was daarom normaal dat Ma degene was die zich ontfermde over de kinderen. Pas toen Henk zelf kinderen kreeg zag hij hoezeer zijn jeugd was beïnvloed door zijn vaders werk. Soms voert hij gesprekken met zijn kroost die hij nooit met zijn vader heeft gevoerd.


Echter heeft het Henk veel zelfstandigheid opgeleverd. Wanneer zijn ouders geen tijd hadden was hij gedwongen om zijn eigen boontjes te doppen. Met zijn studie hebben ze zich bijvoorbeeld nooit bemoeid. ‘’In de tijd van mijn ouders was er niet zoveel keus, daarom hielden ze zich ook niet zo bezig met mijn opleiding.’’ Hoewel dit vaak tot frustratie leidde kijkt Henk er nu met genegenheid op terug. Vooral als zijn drie kinderen klagen dat hun ouders te veel letten op wat zij doen en willen.

‘’Ik ga zijn naam niet noemen, maar hij is de enige hier met een groene band,’’ zegt Pepels. Hij wijst een bruine band aan en demonstreert wat de groene band, wiens hoofd een rood tintje heeft gekregen, verkeerd deed. Na dit voorbeeld gaat de groep weer ijverig verder met het verbeteren van hun technieken. Pepels let nog heel even op de groene band om te zien of hij zijn lesje heeft geleerd. Hij verlegt zijn aandacht naar de rest van de groep en complimenteert een gele band op zijn werptechniek.

De laatste tien minuten van de les zijn aangebroken. We stoppen met het oefenen van de worpen en groeten af. Tot groot genoegen van de meest competitieve leden van de groep kondigt Pepels een vrij gevecht aan. Dit betekent dat we elkaar te lijf gaan met verschillende worpen. Het is de bedoeling om je tegenstander op de grond te krijgen met een worp en daarna te controleren met een houdgreep. We staan tegenover elkaar. Iedereen is klaar om zijn partner aan te pakken. De seconden tikken weg. Dan klinkt Pepels’ luide stem over de mat. ‘’Hajime!’’


De strijd tussen de judoka’s barst los. Mijn tegenstander weet met een indrukwekkende snelheid mijn pak vast te pakken. Voor ik er erg in heb duwt hij mij op mijn hakken waardoor ik mijn balans verlies. Met een goed uitgevoerde beenworp, de osoto-gari om precies te zijn, werpt hij me op de mat. Pepels kijkt even om en feliciteert mijn partner met zijn snelle overwinning. Zo kan het gaan, je let even niet op en je wordt onderuit gehaald.

Dit is een les die je niet alleen met judo leert. Dat weet Mart Pepels erg goed. In 1968 werd zijn dochter Yolanda geboren. Het meisje bleek te lijden aan cystic fibrosis; beter bekend als de taaislijmziekte. Deze aandoening zorgde ervoor dat Yolanda vaak ziek was en een grote zorg betekende voor het gezin. Toch betrok Pepels haar bij zijn sport, maar de ziekte zorgde ervoor dat ze haar eerste dan net niet behaalde. Al rond haar vijfde wisten Mart en Lies dat Yolanda niet oud kon worden. Deze zware gewaarwording werd werkelijkheid toen het meisje op haar achttiende stierf.


Binnen het gezin Pepels werd afgesproken om de omgeving niet specifiek te vertellen wat er met Yolanda aan de hand was. Het gezin wilde voorkomen dat het meisje zielig gevonden werd. Ze was gewoon vaak ziek. Henk geeft toe dat zijn vader daar goed in was. Maar het feit dat de man geen dag voorbij laat gaan zonder een bezoek te brengen aan het graf van zijn dochter zegt genoeg. Nog nooit heeft Henk zijn zus bezocht zonder daar een brandend kaarsje aan te treffen.  

Aan het einde van de les staat de groep weer netjes in een rij opgesteld. We groeten af en als ik even later weer buiten sta vraag ik me af hoe belangrijk deze mat wel niet is. Voor Pepels, zijn vrouw, zijn kinderen. Wanneer je bijna vijftig jaar van je leven doorbrengt op een judomat, dan moet het toch iets voor je gaan betekenen. Dan wordt het toch meer dan een plaats van sport, broederschap en etiquette. Dan wordt het je leven. 

Portret - Korte Versie


(Gepubliceerd in het ZondagNieuws Westelijke Mijnstreek van zondag 24 februari 2013)

Mart Pepels: de man op de mat
Tekst en foto’s door Vince Christiaans

Het is half acht ‘s avonds. Ik betreedt de judomat van de eerste officiële sportschool van Stein. Voordat de judoka’s de mat op komen buigen ze respectvol. Ze stellen zich schouder aan schouder op aan de rand van de mat. Ieder kent zijn plaats; vooraan staan de bruine banden en achteraan de witte.

Judoleraar Mart Pepels betreedt de mat. Zijn band is wit met dikke rode blokken; hij draagt de achtste dan, een eretitel binnen het judo. ‘’Dames en heren, jullie hoeven vandaag niks te doen. Behalve hard werken,’’ verklaart de sensei. Hij maakt een lichte buiging. De groep buigt terug. Vroeger werd er geknield om de les te openen, maar zelfs bij Pepels eisen de jaren hun tol en oude knieën weigeren.


De les begint met een warming-up. De judoman vraagt om alle worpen in te stappen. Dit betekent dat we de judoworp niet in zijn geheel uitvoeren. Het gaat alleen om de balansverstoring en het inzetten van de worp.

Terwijl de groep traint verdwijnt Mart Pepels van de mat. Hij loopt door zijn kantoortje en komt uit in zijn woning. De judoschool werd in 1964 afgebouwd, op de woning moest hij nog twee jaar wachten. Sinds die tijd geeft hij judoles. Daarnaast voedde hij samen met zijn vrouw Lies twee kinderen op: Henk en Yolanda.

Als jongetje sportte Pepels veel. Maar pas toen zijn broer Jan hem meenam naar Hercules, een club waar Grieks-Romeins worstelen werd beoefend, vond de nu 80-jarige Pepels zijn ziel en zaligheid. Zodoende kwam hij in contact met jiujitsu; een sport die nauw verwant is aan het judo.

Na het instappen van de judoworpen vraagt Pepels om deze uit te voeren. Overal op de mat werpen Tori’s (zij die werpen) hun Uke’s (zij die geworpen worden) op de grond aan de hand van heup-, schouder-, been-, en armworpen. Judo doe je niet alleen.

Deze filosofie voert Mart Pepels door in zijn leven. ‘’Zonder je achterban bereik je niets,‘’ zei hij tijdens de uitreiking van zijn achtste dan. ‘’Zonder mijn vrouw had ik niet eens aan die rood witte band hoeven denken.’’ Haar sterven in 2008 was voor Pepels en zijn familie een groot verlies. Even stond het leven stil, maar na enige tijd stond hij weer op de mat.

De afleiding die judo biedt is niet te ontkennen. ‘’Het weerhoudt hem ervan een oude man te worden,’’ zegt Henk Pepels. Vanaf zijn vierde tot halverwege zijn dertigste sportte Henk bij zijn vader en behaalde de tweede dan. Het was een manier om tijd met elkaar door te brengen. Mart Pepels leidde een druk leven.

Avondjes samen op de bank kwamen niet veel voor, om over weekendactiviteiten nog maar te zwijgen. Pas toen Henk zelf kinderen kreeg zag hij hoezeer zijn jeugd was beïnvloed door zijn vaders werk. Soms heeft hij gesprekken met zijn kinderen die hij nooit met zijn vader heeft gevoerd.

Tot groot genoegen van de groep kondigt Pepels een vrij gevecht aan. Het is de bedoeling om je tegenstander op de grond te werpen en daarna te controleren met een houdgreep. We staan tegenover elkaar. De seconden tikken weg. Dan klinkt Pepels’ luide stem. ‘’Hajime!’’

De strijd barst los. Mijn tegenstander weet snel mijn pak vast te pakken. Voor ik er erg in heb ben ik uit balans. Met een beenworp, de osoto-gari om precies te zijn, werpt hij me op de mat. Pepels complimenteert mijn partner. Zo kan het gaan, je let even niet op en je wordt onderuit gehaald.

Deze les leer je niet alleen in het judo. Dat weet Pepels erg goed. In 1968 werd zijn dochter Yolanda geboren. Het meisje bleek te lijden aan cystic fibrosis; beter bekend als de taaislijmziekte. Deze aandoening zorgde ervoor dat Yolanda vaak ziek was en een grote zorg betekende voor het gezin. Toch betrok Pepels haar bij zijn sport, maar door haar ziekte behaalde ze haar eerste dan niet. Mart en Lies waren ontroostbaar toen het meisje op haar achttiende stierf.

Binnen het gezin werd afgesproken om de omgeving niet specifiek te vertellen wat Yolanda mankeerde. Het gezin wilde voorkomen dat het meisje zielig gevonden werd. Henk geeft toe dat zijn vader daar goed in was. Maar het feit dat er geen dag voorbij gaat zonder dat Pepels een bezoek te brengt aan het graf van zijn dochter zegt genoeg. Nog nooit heeft Henk zijn zus bezocht zonder daar een brandend kaarsje aan te treffen. 

Als ik aan het einde van de les weer buiten sta vraag ik me af hoe belangrijk deze mat wel niet is. Voor Pepels, zijn vrouw, zijn kinderen. Wanneer je bijna vijftig jaar van je leven doorbrengt op een judomat, dan moet het iets voor je gaan betekenen. Dan wordt het meer dan een plaats van sport, broederschap en etiquette. Dan wordt het je leven.

dinsdag 27 november 2012

STOUT! - Hot & Happening

(Titel)
Hot & Happening

(Lead)
Stappen en feesten doe je vaak met een glas in je hand. Soms is dit gevuld met niets meer dan cola, limonade of appelsap, maar een biertje of wijntje is toch veel cooler? Het is dan wel zo slim of te weten wat je drinkt. Daarom zochten wij uit welke drankjes helemaal hot zijn in het uitgaansleven.

(Body)
Bier (5%) is dé favoriet bij de jongens en de stoere meisjes. Van één glas zal je niet snel dronken worden, maar toch is het uitkijken geblazen met bier. The day after kan namelijk verschrikkelijk zijn. Diegene die wel eens een kater hebben gehad weten wat we bedoelen. Wakker worden met een droge mond, knallende koppijn en een kolkende maag. Heb je zin om een dagje in een ondergekotst bed te blijven liggen? Dan is bier de drank die je zoekt.

Wijn (12%) is voor meisjes de meest populaire drank. Denk dan vooral aan zoete witte wijn en rosé. Ondanks het hogere alcoholpercentage is het niet zo dat je van vijf glazen wijn sneller lam raakt dan van vijf glazen bier. Het standaardglas kan bij wijn namelijk met minder drank gevuld worden dan bij bier. De hoeveelheid alcohol die je per glas binnen krijgt blijft dus hetzelfde. Het is wel zo dat wijn, vooral de zoete soort, zich drinkt als limonade. De kans om met je hoofd boven het toilet te eindigen is daardoor groot. 

Wodka (40%) is een gemeen goedje uit Oost-Europa. Het ruikt naar nagellakremover en smaakt niet veel beter. Daarom wordt het vaak gemixt met non-alcoholische dranken zoals Red Bull. Tenzij je een 55-jarige Pool bent kunnen we je deze drank niet aanraden.

Tequila (50%) is afkomstig uit het zonnige Mexico. Het komt veel voor in cocktails. De bekendste zijn Margarita, Tequila Sunrise en Sangria. Daarnaast kun je een shotje nemen. Let wel op, want er hoort een klein ritueel bij. Eerst lik je wat zout van je hand, dan drink je het shotje en vervolgens neem je een hap uit een zuur citroenstukje. Probeer er dan nog maar aantrekkelijk uit te zien!

Bacardi Breezer (5%) is een mix tussen rum en frisdrank. Net als bij zoete wijn is het erg makkelijk te drinken. Een Breezertje is te krijgen in veel verschillende smaken. Ze zijn allemaal erg zoet en perfect voor the sweet and beautiful.

Whisky (40%) is meer een oude mannen drank. Eén glas is erg prijzig dus je moet wel veel centen hebben om je flink te vergrijpen aan deze drank. Daarnaast heeft whisky een smaak waar je aan moet wennen. Een beetje cola doet dan wonderen. 

(De volgende drie teksten kunnen verspreidt worden over de pagina in kleine tekstballonnetjes)
Drink niet te veel! Denk eens aan al die blunders die je op een aangeschoten avond kan maken. Zoals zoenen met dat ene meisje dat je helemaal niet ziet zitten of overgeven in de schoot van je crush.

Zuip jezelf niet het ziekenhuis in! Misschien heb je al eens gehoord van comazuipen. Dit is de naam voor veel te veel drinken in weinig tijd. Het lichaam weet zich dan geen raad meer met al die alcohol en trekt aan de noodrem. Jij wordt toch ook liever wakker naast je boyfriend dan in een ziekenhuisbed? 

Zelfs bij kleine hoeveelheden alcohol moet je opletten. Te voet of per fiets naar huis met drank op is risky business. De kans op een verkeersongeval wordt groter dus kijk uit! Als je een avond wil drinken, doe dit dan in het bijzijn van anderen of onder toezicht van volwassenen. Zorg daarnaast dat je niet ver van huis gaat, zodat je snel je bed kunt opzoeken.

Voor meer informatie over alcohol ga dan naar: